Architectuur en geschiedenis van La Maison des Arts

In 1825 kochten de echtgenoten Eenens, welstellende lakenhandelaars, deze moestuingronden langs de Haachtse Steenweg. In die tijd was Schaarbeek nog zeer landelijk. In het midden van het park laten ze het centraal gebouw optrekken van een landhuis in neoklassieke stijl en ook de bijgebouwen : links de koetshuizen, rechts de paardenstallen.

Hun zoon, luitenant-generaal Alexis-Michel Eenens, laat twee vleugels bijbouwen aan de villa en ook een derde verdieping. In 1862, als de Koninklijke Sint –Mariastraat wordt getrokken, wordt het huis afgesneden van de tuin.

Na het overlijden van de generaal erven burggravin Thérèse Eenens (zijn dochter) en haar echtgenoot, de magistraat Georges Terlinden, de woning. Zij laten een nieuwe vierkante toren bijbouwen en een annex aan de paardenstallen:de tuigkamer, vandaag het “Estaminet”.

In 1950 wordt het eigendom aangekocht door de gemeente Schaarbeek, de villa wordt omgedoopt tot La Maison des Arts. De gemeente laat er een fontein aanleggen.

Vandaag zijn in het Huis de burelen van de dienst Franstalige Cultuur geïnstalleerd. De dienst organiseert er die er tentoonstellingen plastische kunst in organiseert. Sedert 2015 is het volledige gebouw beschermd als erfgoed en “geklasseerd” door het departement “Monuments et Sites “ van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Iedere kamer een andere functie en decor.

De beschrijving die volgt slaat op het Huis tijdens zijn laatste bewoonde periode door de familie Terlinden. Het is in die toestand dat het Huis werd overgedragen aan de gemeente.

De veranda en de eetkamer.

De Vvranda diende als kleine eetkamer, waar bij gelegenheid heel de familie het ontbijt nuttigde. Ze is versierd met de wapenschilden van de voorouders in tweede rang en door een monumentale schouw waarboven een monumentaal uurwerk. Middag- en avondmaal werden opgediend in de eetkamer met ouders en grootouders en bij gelegenheid externe genodigden. Ze past helemaal bij de smaak van de XIXde eeuwse burgerij: in het midden een enorme eiken tafel met daarboven een monumentale koperen kroonluchter. De rugleuning van de stoelen in gedreven leder eindigde op een brullende leeuw die het wapenschild van de familie droeg: de driearmige, groengeverfde lindenboom en de drie zwarte maansikkels. Groen en geel waren de kleuren van de familie.

We vinden ook de wapenschilden van vele generaties van de familie terug in verscheidene glasramen. In het grote raam, uitgevend op het binnenplein, zit het wapenschild van de familie : klimmende ranken, gedragen door twee vrouwenfiguren. De ene draagt de spiegel der waarheid, de andere de weegschaal van de gerechtigheid. Vermits de grootmoeder het beeld blijkbaar choquerend vond, werd het decolleté van één van de twee vrouwen zedig bedekt met een ondoorzichtig stuk glas.

De schoorsteen is volledig in Vlaamse neogotische stijl: de achterkant toont een zeezicht in paarse Delft, boven de haard valse houtblokken in aardewerk, vroeger verbonden met verlichtingsgas.

Alle muren zijn tot op schouderhoogte bekleed met eiken lambrisering, houtsnijwerk van een losgeslagen fantasie: duivels, leeuwen of “beestige” personages . Daarboven nep wandtapijten : landschappen met kastelen.

De roze en groene salons, de bibliotheek

Het kleine Louis XVI salon en het grote Louis XV salon waren verboden terrein voor de kinderen , waarschijnlijk wegens de delicate zijden bekleding van de zetels.

De derde en laatste plaats van deze suite is de bibliotheek. Het was een indrukwekkende ruimte met duizenden boekenruggen, de plek om zich te installeren om koffie te nuttigen. Toen was de ruimte in twee verdeeld door canapés die rug aan rug waren ingebouwd in een gecapitonneerd meubel. Daarin geborgen de verzameling spelletjes voor volwassenen : speelkaarten, mah-jong en paardjesspel.

De eerste verdieping

Op de eerste verdieping liggen de verschillende kamers van de familie : de kamer van de ouders met de bijbehorende badkamer, de kamer van de jongens met een daarbij horende werkkamer en tenslotte de kamers van Georges Terlinden, de grootvader. Georges Terlinden bezette drie kamers, allen uitgevend op de tuin. De eerste was de slaapkamer met in het midden een majestueus bed, de tussenkamer was de badkamer en de derde tenslotte het bureau. Boven de hoofdtrap gaf een glazen deur toegang tot de wintertuin en een andere deur gaf toegang tot het kleine salon. De vrouw des huizes regelde daar de dagelijkse gang van zaken, en ontving de kinderen voor een moment van ontspanning en een babbeltje.

De tweede verdieping

Deze verdieping kreeg de naam “Grande Nursery” mee. Ze bevatte een ruim salon, , een kamer voor de nanny en de baby’s en een badkamer die ook als keuken dienst deed. Tussenin een balkon met een houten balustrade. In een van de logeerkamers was een studeerkamer ondergebracht. Ze gaf uit op de binnenkoer en bevatte een buffetpiano, pupiters en een kamerscherm.

Het ESTAMINET en de tuin

Het huidige “staminee” was de toenmalige serre. Meer naar de tuin toe bevond zich het kippenhok. In 1910 kon men nog prachtige en volumineuze kastanjebomen bewonderen, doch zij werden (wellicht in 1928) geveld om plaats te maken voor een meer gestileerde tuin. Na de aankoop in 1950, liet de gemeente in het midden de vijver aanleggen.

L'Estaminet

Een kleurrijke, gulzige seizoenskeuken. Van maandag tot vrijdag 12 tot 15 u.

Meer info

Ruimte te huur

La Maison des Arts biedt de mogelijkheid meerdere ruimtes te huren. De verhuurprijs helpt ons de tentoonstellingen te financieren.

Meer info